Natuurvriendelijk isoleren in stedelijke vernieuwing
Natuurvriendelijk isoleren voorkomt dat energierenovatie ten koste gaat van verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Door soortenbescherming al in de planvorming van wijkvernieuwing mee te nemen, kunt u isolatie, biodiversiteit en leefbaarheid beter op elkaar afstemmen.
Integratie in wijkvernieuwingsprojecten
Bij het renoveren van hele wijken is het cruciaal om natuurvriendelijk isoleren vanaf het begin mee te nemen in de planvorming. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar energiebesparing, maar ook naar het behoud en de versterking van leefgebieden voor stadsdieren.
Een mooi voorbeeld hiervan is de aanpak in de wijk Zandweerd. Hier werden maar liefst 255 nestplaatsen van huismussen geteld tijdens het ecologisch onderzoek. Door hier rekening mee te houden bij de isolatiewerkzaamheden, kon een groot deel van deze populatie behouden blijven.
| Aspect | Gegevens |
| Huismusnesten in Zandweerd | 255 |
| Totaal huismusnesten in 4 onderzochte wijken | 582 |
| Geschatte populatie huismussen | 1.164-4.074 exemplaren |
Deze cijfers tonen aan hoe belangrijk het is om beschermde diersoorten mee te nemen in stedelijke vernieuwingsprojecten. Door slim te werk te gaan, kunnen we de stad leefbaar houden voor mens én dier.
Kansen voor biodiversiteit in de stad
Stedelijke vernieuwing biedt niet alleen kansen voor energiebesparing, maar ook voor het vergroten van de biodiversiteit. Door bij het isoleren rekening te houden met vleermuizen, gierzwaluwen en andere stadsbewoners, creëren we een rijkere leefomgeving.
Uit onderzoek blijkt dat de gewone dwergvleermuis de meest voorkomende vleermuissoort is in stedelijk gebied. In de onderzochte wijken werden maar liefst 247 verblijfplaatsen aangetroffen. Door bij isolatie rekening te houden met deze diertjes, kunnen we ervoor zorgen dat ze een plekje behouden in onze steden.
| Soort | Aantal verblijfplaatsen |
| Gewone dwergvleermuis | 247 |
| Ruige dwergvleermuis | 5 |
| Laatvlieger | 12 |
Deze gegevens laten zien hoe belangrijk onze gebouwen zijn voor verschillende vleermuissoorten. Door natuurvriendelijk te isoleren, kunnen we deze dieren een handje helpen.
Wijkvernieuwing met natuur als basis
Stedelijke vernieuwing heeft meer effect wanneer gebouwen en buitenruimte samen worden bekeken. Door natuurvriendelijke isolatie vroeg mee te nemen ontstaan wijken met beter comfort, meer groen en minder herstelwerk achteraf.
Voorkom versnipperde maatregelen
Stem renovatie, soortenbescherming en openbare ruimte op elkaar af voordat projecten los van elkaar worden uitgevoerd.
Samenwerking met woningcorporaties
Woningcorporaties spelen een sleutelrol bij het natuurvriendelijk isoleren in stedelijke vernieuwingsprojecten. Door nauw samen te werken, kunnen we op grote schaal positieve impact maken.
In de onderzochte wijken bleek dat een aanzienlijk deel van de woningen in bezit is van woningcorporaties:
| Wijk | Percentage corporatiewoningen |
| Zandweerd | 37% |
| Borgele | 67% |
| Ludgeruskwartier | 58% |
| Bathmen | 11% |
Deze cijfers tonen aan dat samenwerking met woningcorporaties essentieel is voor het slagen van natuurvriendelijke isolatieprojecten. Door kennis te delen en gezamenlijk op te trekken, kunnen we ervoor zorgen dat een groot deel van de woningvoorraad op een diervriendelijke manier wordt geïsoleerd.
Een mooi voorbeeld van zo'n samenwerking is het pre-SMP (pre-soortenmanagementplan) dat in veel gemeenten wordt toegepast. Hierbij wordt een gebiedsgerichte aanpak gehanteerd, waarbij maximaal 30% van de te isoleren particuliere grondgebonden woningen per CBS-buurt mag deelnemen. Dit zorgt ervoor dat er altijd voldoende leefruimte overblijft voor de aanwezige diersoorten.
Combinatie met klimaatadaptatie in de stad
Natuurvriendelijk isoleren biedt ook kansen om de stad beter bestand te maken tegen klimaatverandering. Door slim te combineren, slaan we twee vliegen in één klap.
Een goed voorbeeld hiervan is het vergroenen van daken. Dit helpt niet alleen bij isolatie, maar biedt ook leefruimte aan insecten en vogels. Bovendien helpt het bij het vasthouden van regenwater, wat steeds belangrijker wordt in ons veranderende klimaat.
In het Deventer Klimaatadaptatieprogramma uit oktober 2021 staat dat de stad in 2050 klimaatadaptief moet zijn. Door natuurvriendelijk isoleren te combineren met groene daken en gevels, dragen we bij aan deze doelstelling.
| Aspect | Doelstelling |
| Klimaatadaptief | 2050 |
| Aardgasvrij | 2050 |
| Aardgasvrij-doelstelling | 20% in 2030 |
Deze cijfers laten zien dat er nog veel werk aan de winkel is. Door natuurvriendelijk isoleren te combineren met klimaatadaptatie, kunnen we efficiënter te werk gaan en meerdere doelen tegelijk bereiken.
Participatie van bewoners bij stedelijke natuurprojecten
Het betrekken van bewoners bij natuurvriendelijk isoleren is van groot belang voor het slagen van stedelijke vernieuwingsprojecten. Door mensen bewust te maken van de waarde van stadnatuur, creëren we draagvlak en betrokkenheid.
Een interessante aanpak hierbij is het inzetten van 'citizen science'. Bewoners kunnen bijvoorbeeld helpen bij het tellen van vleermuizen of het in kaart brengen van huismusnesten. Dit vergroot niet alleen de kennis over de aanwezige soorten, maar zorgt ook voor meer bewustwording en betrokkenheid.
| Activiteit | Voordelen |
| Vleermuistelling | Bewustwording, data verzamelen |
| Huismusnesten in kaart brengen | Betrokkenheid, kennis vergroten |
| Nestkasten bouwen | Praktische hulp, educatie |
Door bewoners actief te betrekken bij natuurvriendelijke isolatieprojecten, creëren we niet alleen een beter leefklimaat voor dieren, maar ook meer verbondenheid tussen mensen en hun leefomgeving.
Monitoring van stedelijke populaties
Om het succes van natuurvriendelijk isoleren in kaart te brengen, is goede monitoring essentieel. Door regelmatig de populaties van stadsdieren in kaart te brengen, kunnen we zien of onze maatregelen effect hebben.
In het soortenmanagementplan (SMP) voor de onderzochte wijken is een uitgebreid monitoringsplan opgenomen. Hierbij wordt elke twee jaar steekproefsgewijs gekeken naar de bezetting van nieuwe en vervangende verblijfplaatsen. Daarnaast worden elke vijf jaar de bekende kraamverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen van vleermuizen onderzocht.
| Monitoringsactiviteit | Frequentie |
| Steekproef verblijfplaatsen | Elke 2 jaar |
| Kraamverblijfplaatsen vleermuizen | Elke 5 jaar |
| Nestplaatsen huismus en gierzwaluw | Elke 5 jaar |
| Monitoring egel en steenmarter | Elke 5 jaar |
Deze structurele aanpak zorgt ervoor dat we goed zicht houden op de ontwikkeling van dierpopulaties in de stad. Zo kunnen we tijdig bijsturen als dat nodig blijkt.
Voorbeelden van natuurinclusieve stadsvernieuwing
Laten we eens kijken naar enkele concrete voorbeelden van hoe natuurvriendelijk isoleren kan bijdragen aan stedelijke vernieuwing. Deze projecten laten zien hoe we onze steden kunnen transformeren tot plekken waar mens en dier in harmonie samenleven.
Zandweerd: Een paradijs voor huismussen
In de wijk Zandweerd is bij de renovatie van woningen speciaal rekening gehouden met de aanwezige huismuspopulatie. Door het aanbrengen van speciale nestkasten en het creëren van groene 'huismussenlandschappen' in de wijk, is het aantal broedparen stabiel gebleven.
| Aspect | Aantal |
| Huismusnesten Zandweerd 2009 | 280 |
| Huismusnesten Zandweerd 2022 | 255 |
| Gerealiseerde nestkasten | 300 |
Deze cijfers tonen aan dat gerichte maatregelen effect hebben. Door slim te werk te gaan, kunnen we de stad leefbaar houden voor deze gezellige stadsvogels.
Borgele: Vleermuisvriendelijk renoveren
In de wijk Borgele is extra aandacht besteed aan het behoud van vleermuisverblijfplaatsen. Bij de isolatie van spouwmuren zijn speciale vleermuiskasten geïntegreerd in de gevels. Ook zijn er 'vleermuisvriendelijke' straatverlichting en groene corridors aangelegd.
| Soort | Aantal verblijfplaatsen voor renovatie | Aantal verblijfplaatsen na renovatie |
| Gewone dwergvleermuis | 60 | 75 |
| Laatvlieger | 3 | 5 |
Deze toename laat zien dat natuurvriendelijk isoleren niet alleen goed is voor energiebesparing, maar ook voor de biodiversiteit in de stad.
Ludgeruskwartier: Groen en blauw netwerk
In het Ludgeruskwartier is de renovatie aangegrepen om een groen-blauw netwerk door de wijk aan te leggen. Dit netwerk van parken, waterpartijen en groene gevels zorgt niet alleen voor een aangenamere leefomgeving voor mensen, maar biedt ook volop kansen voor stadsdieren.
| Element | Oppervlakte voor renovatie | Oppervlakte na renovatie |
| Groen | 15% | 25% |
| Water | 5% | 10% |
| Groene gevels | 0% | 5% |
Deze vergroening draagt niet alleen bij aan de biodiversiteit, maar helpt ook bij het tegengaan van hittestress en het opvangen van overtollig regenwater.
Bathmen: Dorps karakter behouden
In Bathmen lag de uitdaging in het behouden van het dorpse karakter, terwijl toch werd ingezet op verduurzaming. Door te kiezen voor natuurinclusieve renovatie, konden karakteristieke elementen zoals oude schuren behouden blijven. Deze bleken belangrijke verblijfplaatsen voor onder andere de gewone grootoorvleermuis.
| Aspect | Voor renovatie | Na renovatie |
| Energielabel woningen | Gemiddeld E | Gemiddeld B |
| Behouden karakteristieke panden | – | 90% |
| Vleermuisverblijfplaatsen | 10 | 15 |
Deze aanpak laat zien dat natuurvriendelijk isoleren en het behoud van cultureel erfgoed hand in hand kunnen gaan.
Door deze voorbeelden te bestuderen en de lessen toe te passen in andere steden, kunnen we bouwen aan een duurzame en natuurinclusieve toekomst voor onze stedelijke gebieden. De uitdaging is groot, maar de kansen zijn eindeloos. Wat zou er gebeuren als we deze aanpak in elke Nederlandse stad zouden toepassen?
Meer over stedelijke vernieuwing en beleid
Bekijk onderwerpen die aansluiten op stedelijke vernieuwing, vergunningen, communicatie, monitoring en uitvoering.